Pastoraal/theologisch

Een ander vraagstuk in deze rubriek lijkt wat op mijn vraag, maar toch wil ik hem graag stellen! Om de week op zaterdagmiddag verricht ik vrijwilligerswerk in een verzorgingstehuis. Ik heb het er erg naar mijn zin, maar toch loop ik tegen bepaalde dingen aan. De mensen die er wonen zijn bijna allemaal niet-christelijk. Omdat ik na mijn taken vaak de tijd neem om even bij een cliënt koffie te drinken of een rondje te lopen, heb ik ook persoonlijk contact met hen. Eerlijk gezegd had ik voorheen gedacht, dat -als ik dit werk eenmaal zou gaan doen- ik ook wat over het geloof wilde vertellen en zo mooie gesprekken aan te kunnen gaan, zodat ik wat van ons christen-zijn zou kunnen uitdragen. Maar dit valt in werkelijkheid hard tegen! Hoe leuk en gezellig de middagen ook zijn; deze diepte mis ik erin! Ik ben nu bekend op de afdeling en met de mensen, maar nog steeds ben ik er niet toe gekomen. Op mijn vakantiewerk was het voor mezelf heel duidelijk: op de eerste plek staat mijn werk! Nu, als vrijwilliger, is dat niet meer zo. De aandacht en belangstelling voor de mensen staat bovenaan; maar daar hoort het uitdragen van ons geloof toch ook bij? Maar goed, de cliënten zijn veel ouder dan mij en hebben veel meer levenservaring. Moet ik daar als 16-jarig meisje aankomen met mijn 'ideeën'? 

Om zomaar een voorval te noemen: een paar weken geleden was ik met een mevrouw gezellig een eind wezen lopen. Toen wij terug waren, kwamen we net een andere man tegen die op dezelfde afdeling woont. We maakte zo een praatje met elkaar en toen begon hij over de vele sterfgevallen in de afgelopen maanden. 'Tja', zei hij, 'iedereen gaat dood hé. Accepteren, accepteren, accepteren! Laten we er nog maar wat van maken!' We stonden met verschillende cliënten, ik heb geprobeerd er nog wat van te maken en tenslotte ben ik maar op een ander onderwerp overgestapt; het kwam zo onverwachts! Achteraf zit het me niet helemaal lekker. Wat had ik in zo'n geval moeten doen? Al deze mensen hebben wel een ziel voor de eeuwigheid; en als ik er niets van zeg, kunnen zij het mij verwijten op de Oordeelsdag! Dit kan me soms erg bezig houden. Alvast bedankt voor uw reactie! 

 

Het is moeilijk om in een niet direct christelijke omgeving te spreken over het belang van de Bijbel voor ieder mens. Als vrijwilliger in een niet direct christelijk verzorgingshuis moet je in de eerste plaats de taak die je als vrijwilliger hebt opgedragen gekregen goed verrichten. Zorg dat de mensen koffie/thee krijgen, maak een praatje om in eenzaamheid wat gezelligheid te bieden. Zo leer je de bewoners ook beter kennen. Van je doen en laten zal ook een getuigenis uitgaan.
Verder moet je de Heere vragen of je wijsheid en mogelijkheden krijgt om met de cliënten af en toe een woord te wisselen over de noodzaak van bekering en geloof. Dat zit niet in veel woorden. Denk aan de slavin bij Naäman. Zij sprak slecht een enkel woord: Och of mijn heer ware voor het aangezicht van de profeet, die te Samaria is, dan zou hij hem van zijn melaatsheid ontledigen. Het was het middel om Naäman te bekeren.

Je noemt het voorbeeld van het gesprek tussen bewoners over de vele sterfgevallen. Het antwoord wat je hoorde was 'accepteren'. Het heeft dan geen zin om daar een discussie over aan te gaan. Wel had je bijvoorbeeld kunnen zeggen: Ik geloof dat waar de dood mij benauwd, er een God is die leven kan schenken dat eeuwig bij Hem doet leven zonder dood en pijn. Dat geeft mij troost. Je betrekt het op je zelf en laat horen dat er zoveel meer is dan 'accepteren.' Als daarover dan vragen worden gesteld kun je het wat verder uitleggen. 
Ook is het zo dat als je mensen beter leert kennen en je daarin bescheiden op stelt er vanzelf momenten komen dat bewoners meer spreken over wat hun innerlijk bezighoudt. Je krijgt daarin ook mogelijkheden om iets te zeggen over wat jij uit de Bijbel als enige Troost ziet in moeite die het gevolg zijn van de zonde. Het zal moeilijk blijven want niemand vraagt uit zichzelf naar God. We zoeken allemaal de antwoorden van nature op de aarde. Het leeftijdsverschil kan in jouw situatie ook nog wel wat belemmerend werken. Heb geduld en vraag om licht van Boven.

Voor mijn werk bij een christelijke organisatie begeleid ik psychiatrische clienten in de thuissituatie. De taken zijn heel divers omdat de hulpvragen ook divers en persoonlijk zijn. Nu komt het regelmatig voor dat ik bij clienten kom die een invulling geven aan de zondag die niet overeenkomt met mijn visie op heiliging van de zondag. Ik vind dit best moeilijk. Ik weet dat ik kom om iemand te ondersteunen in zijn persoonlijke problematiek en dat ik niet kom als pastoraal werker maar toch vind ik het zo lastig. Niet alleen als het gaat om de zondag maar bijvoorbeeld ook clienten die praten over opwekkingsdiensten of gebedsdiensten die ze bezocht hebben. Ik vind dit echt moeilijk. Ik probeer oprechte belangstelling te tonen zonder een eigen visie door te laten schemeren aan de andere kant denk ik dan soms moet ik iemand juist niet waarschuwen. Terwijl dit volgens mij niet mag wat betreft mijn beroepshouding. Ik loop hier regelmatig en al heel lang tegen aan en ik weet nog steeds niet of ik het goed doe of dat ik het anders zou moeten doen.

 

In de zorg komt men als personeel op veel plaatsen in aanraking met cliënten die er een niet christelijke levensstijl op nahouden c.q. andere godsdienstige opvattingen hebben.
In het bieden van de zorg aan deze medemensen is het in de eerste plaats van belang trouw te doen waarvoor we de opdracht hebben gekregen, ook als het gaat om persoonlijke problematiek. In het trouw verrichten van de taak wordt als het goed is iets van het christen zijn tot uitdrukking.  Dit kan uitnodigen tot het stellen van vragen door cliënten.  Tevens ontstaat er door trouw het werk te doen een band tussen cliënt en hulpverlener. In die vertrouwensband ontstaat er veelal ruimte om ook aan godsdienstige vragen aandacht te besteden. Het in discussie gaan met cliënten moet vermeden worden. Wel kan tegenover een godsdienstige mening van een cliënt het eigen godsdienstige gevoelen worden verwoord. Bij deze verwoording mag en moet verwezen worden naar de Bijbel als grond voor je leven. Deze positieve verwoording betrokken op jezelf heeft m.i. naar de cliënt toe al voldoende inhoud ook tot waarschuwing.

Dus als het gaat om bijvoorbeeld het bezoek van een cliënt aan een gebedsgenezer, kun je aangeven dat je zelf ook heel veel waarde hecht aan het gebed. Verder dat het persoonlijk gebed Bijbels gezien erg belangrijk is en de voorbede in kerkelijke gemeente. Ook dient benadrukt te worden dat de Heere daarop wonderen kan en wil doen. Dat je daarom zelf niet naar een gebedsgenezer zou gaan, ook omdat het allen maar gaat om lichamelijke problemen e.d. De Heere Jezus plaatste het Woord centraal. De noodzaak van de verandering van het hart. Zijn wonderen wezen daar op. God is ook niet verplicht wonderen te doen.