Ethiek

Dag Febe,

Momenteel doe ik de opleiding doktersassistente, leren en werken. Hiervoor heb ik een gedeelte van de opleiding verpleegkunde gedaan. Nu ik ook werk als beginnend doktersassistente loop ik tegen heel veel dingen aan waar ik graag met jullie contact over zou willen hebben. Kort een aantal voorbeelden: inentingen, abortus, euthanasie, anticonceptie (in gebruik om geen kinderen te krijgen). Zelf heb ik gelijk met het sollicitatie gesprek aangegeven, dat ik zelf niet ingeënt ben en ook niet voor Hepatitis B wil ingeënt worden. Ook wat betreft anticonceptie, het koperspiraaltje, dat ik geen spiraaltjes wil plaatsen. Ik loop nu tegen een heleboel dingen aan. Eén van de artsen vroeg aan mij: als ik niet ingeënt ben en wel een jong kind (van een paar maanden, die nog niet kan ingeënt worden) besmet en dat die dan levenslang doof wordt, hoe ik daarin mijn verantwoordelijkheid zag. Ook wat betreft spullen klaar leggen voor een IUD (spiraal, koper of Mirena), in hoeverre kan ik nee zeggen? Ook wat betreft griepvaccinaties, anticonceptie op de herhaalreceptenlijn herhalen; in hoeverre is het de verantwoordelijkheid van de patiënten zelf en wanneer kan en mag ik zeggen, dat ik er niet aan wil meewerken? Ik heb ontzettend veel vragen. Zou het mogelijk zijn hierover te kunnen spreken met een van jullie? Alvast bedankt.
 

Bedankt voor je gestelde vragen. Doktersassistente is een veelzijdig beroep. Je krijgt inderdaad met veel medisch-ethische onderwerpen te maken, je noemt er al een aantal. Goed dat je je bezwaren tijdens het sollicitatiegesprek hebt aangegeven, dan is daar vanaf het begin af aan duidelijkheid over. Je merkt dat die bezwaren vaak weerstand bij anderen oproepen. Dan is het belangrijk om de argumenten voor en tegen bijvoorbeeld inenten of anticonceptie voor jezelf goed op een rijtje te hebben. Die argumenten zijn te halen uit diverse medisch-ethische boeken of brochures. Febe heeft bijvoorbeeld de brochures Hepatitis B, euthanasie en solliciteren in de gezondheidszorg uitgegeven, te bestellen via de website, waarin deze onderwerpen van diverse kanten worden belicht. Ik heb zelf, tijdens de opleiding tot (huis)arts, veel gehad aan de boeken ‘Medische Ethiek’ van dr. Douma, ‘Christelijke oriëntatie in medische-ethische onderwerpen’ van de Lindeboom reeks, de boeken van de NPV en van dr. Agteresch. 

De keus tussen wel of niet meewerken aan bijvoorbeeld anticonceptie herhalen, spullen voor spiraaltjes klaarleggen en wel of niet inenten is heel persoonlijk. Daar moet je zelf je afwegingen in maken en een goed gevoel bij hebben. Ik vind het zelf heel belangrijk om onderscheid te maken tussen wat is de verantwoordelijkheid van de patiënt en wat is de verantwoordelijkheid van mij persoonlijk? Maak ik die keus of maakt de patiënt die? Moet ik zelf de handeling uitvoeren, zoals bijvoorbeeld bij euthanasie het geval is, of niet? 

Als je inderdaad voor jezelf de keus maakt om niet mee te werken aan de genoemde zaken, dan word je werk als doktersassistente wel moeilijk uitvoerbaar. Dit betekent ook, dat veel taken op schouders van je collega's neerkomen, die dit alles zullen moeten accepteren. Maar ga niet tegen je eigen gevoel en standpunt in, bespreek dit dan liever open en eerlijk tijdens een sollicitatiegesprek of met je collega's. 

Sterkte in het maken van je keuzes en het beste toegewenst met je opleiding tot doktersassistente. 

Met alle ontwikkelingen in en buiten de zorg, zien we dat ook de zondagsrust steeds meer in het geding is. De zorg wordt steeds meer 24 uur, 7 dagen in de week. Een paar voorbeelden van de afdeling waar ik werk: een acute opname en diagnostiek afdeling waar allles zo snel mogelijk moet.
* Patiënten opnemen en ontslaan gebeurt elke dag. Ook zondags worden de mensen die medisch klaar zijn ontslagen.
* Bij opname van een patiënt wordt er zo nodig een hele rits aan diagnostiek ingezet, vaak van dingen die ook wel de volgende dag kunnen
gebeuren. Ook als patiënten buiten het ziekenhuis zorg nodig hebben doen we digitaal een aanvraag voor nazorg.
* Als er zaterdagavond of zondag een patiënt wordt opgenomen met een onhoudbare thuissituatie regelen wij zondags indien mogelijk een plekje in een tehuis.
* Doorplaatsingen in het ziekenhuis naar de vervolg/verpleegafdeling is zondags net zo actueel als andere dagen.
* Operatie (en voorbereiding) gebeuren net zo goed op zondag als op andere dagen. Ook van operaties die eventueel ook wel een dagje kunnen wachten.
Bovenstaande zijn dingen die normaal gebruikelijk zijn op de afdeling en waarvan je geacht wordt om dat voor de jouw toegewezen patiëntenzaal te regelen. Ook van overheidswege wordt een ziekenhuis gedwongen inventief te zijn, te zorgen voor een lagere ligduur en zo snel mogelijke doorstroom. Van enige zondagsrust kan je absoluut niet spreken. Mijn vraag is dus: kun je als christen op zo'n afdeling werken (bovenstaande zal steeds meer beeld zijn van ook alle verpleegafdelingen) of moet je radicaal dus nee zeggen?

 

Zorg en welzijn en de zondag

 

Dr. R. Seldenrijk

 

De Vereniging Febe kreeg een vraag over zondagswerk. Als we ons afvragen hoe het staat met de relatie tussen de zondag en het werk in de sector zorg en welzijn, hebben we geen simpel vraagstuk bij de kop. Of is het misschien juist een heel eenvoudig vraagstuk? En wat gebeurt er als we vanuit het geheel van de Joods-christelijke cultuurgeschiedenis kijken naar de bedoeling van de ‘rustdag’?

 

Dan zou het onderzoek naar de gestelde vraag wellicht een grondiger onderzoek vragen. Daarbij moeten we dan ook de cultuur van vandaag minstens aan een kleine analyse onderwerpen. De maatschappelijke sector zorg en welzijn heeft namelijk religieuze wortels en de sector staat niet op zichzelf. Een mooie sector dus om te kijken naar wat de ‘rustdag’ ons in bredere zin heeft te zeggen.

 

Christelijk denkkader

 

De Christelijke beroepscode voor verpleegkundigen en andere werkers in de gezondheidszorg spreekt over diverse principiële uitgangspunten. Daarbij wordt het aspect van zorg en welzijn op de zondag buiten beschouwing gelatem. Ook de nieuwe beroepscode (jan. 2015) gaat in artikel 2.5 niet expliciet in op de zondag. Het Febe-literatuurhandboek (bedoeld als een praktisch handvat bij het zoeken naar literatuur) wijdt een paragraaf aan zondagsarbeid. Dit constateert dat onze maatschappij de zondag in toenemende mate gelijk stelt aan andere dagen van de week. Bovendien verwoordt het dat die gelijkstelling zeker het geval is in de gezondheidszorg en met name in ziekenhuizen.

 

Juist over deze laatste constatering gaat de vraag die aan Febe is gesteld. Daarom is er alle reden om ons nu dieper te bezinnen op basis van wat de Bijbel ons zegt. Want het christelijk geloof is een relatie die zich gebonden weet aan de Bijbel. Dit geloof richt zich door Jezus Christus op God de Vader. De inhoud van de Bijbelse openbaring is Gods scheppingswerk ex nihilo (uit het niets), Gods verbond met Abraham en Gods verzoening in Jezus Christus, Gods Zoon. Aan deze waarheid ontspringt het verantwoord handelen van het christelijk ethos tot de wederkomst van Jezus Christus. Christelijk geloof werkt door de liefde (Lev. 19: 18 | Deut. 6: 5 | 10: 12 | Matth. 5: 43 | Jak.  2: 8). Waar liefde in praktijk wordt gebracht, ontstaan de zogenoemde ‘werken van barmhartigheid’ (Luk. 10: 25-37). En dan zitten we midden in de sector zorg en welzijn, in het hart van het christelijk geloof ook.

 

De Tien Geboden (Ex. 20: 1-18 | Deut. 5: 6-22) zijn even onthullend als richtinggevend. Dit kan ook niet anders als het gaat om de grondwet van het Koninkrijk van God. Deze wet komt soeverein naar ons toe. Het is opmerkelijk dat eigenlijk niemand twijfelt aan de universele betekenis van deze Tien Woorden: een impliciete erkenning van de God van Israël (Abraham, Isaak en Jacob, zoals we in de Bijbel lezen)?

Jezus vat deze Tien Woorden (Decaloog) samen: God liefhebben boven alles en de naaste zoals we onszelf liefhebben (Mark. 12: 29-31 | Joh. 13: 34). We kunnen het Evangelie samentrekken in één zin: We zijn zondiger dan we kunnen beseffen, maar meer geliefd dan we kunnen dromen. Deze formulering ontleen ik aan de bekende Amerikaanse predikant Tim J. Keller (geb. 1950).

Welnu, dat is een korte inhoud van de door ons niet klein te krijgen Bijbel: het Woord van God, het evangelie van Gods Zoon. Zie hier het denkraam waarbinnen we mogen omgaan met de gestelde vraag en ook met ons christenleven als geheel.

 

Gestelde vraag

 

Wat de bespreking van de vraag over zondagswerk in het ziekenhuis betreft, blijkt de situatie complexer dan we wellicht denken. Eerst de vraag zelf.  

 

Vraagstelling

 

De zorg wordt steeds meer 24 uur per etmaal en 7 dagen per week gegeven. Denk aan opname en ontslag, doorplaatsing, diagnostiek die ook de volgende dag kan worden verricht, operaties en voorbereiding daarvan, je moet het als verpleegkundige voor de jou toegewezen patiënten regelen ook op de zondag. De overheid wil een korte ligduur en stimuleert marktwerking. Kortom: volcontinudienst is het (economische) motto. Kun je als christen nog in een ziekenhuis werken of moet je radicaal nee zeggen?

 

Het is heel gevaarlijk als we ten onrechte (!) denken met onze argumenten op vaste grond te staan. Gevaarlijk, want als het er dan in de verdediging op aankomt, blijkt vervolgens dat we door drijfzand of dun ijs zakken.

Een voorbeeld kan dit duidelijk maken. Veel mensen kennen het verhaal van de struisvogel (Struthio camelus). Die zou zijn kop in het zand steken om de vijand ‘te ontlopen’ door hem niet te willen zien, maar … dit is een mythe. Toch zijn mensen vaak nog dommer zelfs dan Struthio camelus: zij tonen namelijk daadwerkelijk een aan de fabel analoog vluchtgedrag. Zij willen de echte vijand niet zien en denken dan dat die vijand er ook niet meer is. En als die er wel is, denken ze dat die vijand hen wel zal ontzien. Anders gezegd: we zijn uiterst kwetsbaar als we de gevolgen van een bepaald beleid – of gedrag – niet willen inzien. Kwetsbaar als we domweg doorgaan op de eens ingeslagen weg. Je zult namelijk gemakkelijk en zeker van de weg af raken door rechtdoor te blijven rijden!

 

Dit wil ik duidelijk maken. In het onderstaande ga ik eerst in op de conclusie. Die maak ik op grond van een veel breder denkproces dan ik hier kan weergeven.

 

Conclusie van de denkoefening

 

In de commerciële wereld heet de klant koning. Hoe anders is de werkelijkheid in de sector zorg en welzijn, marktwerking of niet. En dat terwijl die hele sector nog steeds bestaat bij de gratie van de zorgvrager of patiënt. Principieel bezien moet de gezondheidszorg zijn georganiseerd vanuit het perspectief van de patiënt. Dat zou bovendien voor de sector een economisch voordeel opleveren. Natuurlijk, de gemiddelde patiënt is evenzeer geseculariseerd als de beleidsmakers. Toch zou die patiënt echt meer invloed moeten hebben. Alleen zo komen we tot een holistische en integrale gezondheidszorg.

 

Dit patiëntenperspectief geldt ook de wensen rond opname en behandeling op zaterdag en zondag. Laten patiënten er op alert zijn niet tegen hun overtuiging in tijdens het ‘weekend’ te worden opgenomen in het ziekenhuis. Kan een patiënt het helpen dat de specialist op maandag op wintersport gaat en daarom zondags nog kan opereren? Of omdat hij / zij ook in een privékliniek werkt en te weinig tijd heeft voor het reguliere ziekenhuis? Hoewel we niet denken vanuit de visie van de overste van de synagoge kunnen we wel nadenken over zijn advies: Er zijn nog zes dagen over … (Luk. 13: 14 | Ezech. 20: 12). Jezus heeft het sabbatsgebod niet overtreden.

 

Conclusie

 

In antwoord op de vraag aan Febe Kun je als christen nog in een ziekenhuis werken? zeg ik dus ‘ja’. We spannen ons in voor uitwendige middelen (zoals de rustdag) die bevorderlijk kunnen zijn voor de dienst van God. Zo proberen we in te gaan tegen de seculiere wind die ons de zondag betwist. Dat doen we om toch vanuit een christelijke levensvisie voor onszelf in onze situatie de betekenis van sabbat / zondag vorm te geven. Vanuit het patiëntenperspectief willen we opname in het ‘weekend’ zoveel mogelijk voorkomen. En in de zorgverlening willen we op de rustdag expliciet uitnodigend zoeken naar dieper persoonlijk contact met de patiënt. Doe ook in het ziekenhuis de oerchristelijke werken van barmhartigheid in dit perspectief. Blijf zoeken naar mogelijkheden die werven voor een Joods-christelijke levensvisie die de bron is van onze westerse cultuur. Dit kan alleen als we ons door de Bijbel willen laten tegenspreken! Een wekelijkse rustdag voorkomt een samenlevingbrede burn-out epidemie. En een gedeelde vrije dag blijft dus nog steeds essentieel voor onze samenleving om een maatschappelijk ritme in stand te kunnen houden.

 

Korte onderbouwing van de conclusie

 

Vanuit een christelijke levensvisie in onze seculiere samenleving is het belangrijk te blijven opkomen voor de wekelijkse rustdag. Al was het maar omdat de kerken deze rustdag niet ongestraft achter zich kunnen laten. Kerken kunnen hem ook niet ongestraft voor iets anders, zoals het onderhouden van de sabbat,  inwisselen. Deze dag dienen we te koesteren als dag bij uitstek om God te loven en te rusten van onze werken. Lettend op de fronten van vandaag moeten we rond de zondag de gelederen dus zoveel mogelijk sluiten.

 

Voor Johannes Calvijn (1509-1564) is de vraag sabbat of zondag niet het meest doorslaggevende punt. Hij is ruimdenkend. Toch noemt hij in dit verband een algemeen leerstuk. Dit houdt in dat we ons inspannen voor uitwendige middelen (zoals de rustdag) die bevorderlijk kunnen zijn voor de dienst van God (Institutie II.VIII.34).

Sabbat of zondag is op zichzelf daarin niet het meest springende punt, maar toch ... In 1980 schreef de bekende oud-parlementariër ds. H.G. Abma (1917-1992) zijn Tien woorden ethiek. Hij schrijft als het ware profetisch naar aanleiding van het 4de gebod: “De laatste decennia is de aandacht voor de toekomst van Israël in de theologie sterk gegroeid. Als de beloften van Israël in vervulling gaan, zal nog eens de vraag sabbat of zondag aan de orde komen” (pag. 97-107). Wie de tijden verstaat, ziet dat sindsdien steeds duidelijker.

 

Kerken moeten wel voorzichtig zijn. Zij kunnen namelijk voor de betekenis van de zondag niet zomaar wat dan ook – zoals de sabbatsviering – in de plaats zetten. En dat bedoel ik in deze conclusie minder principieel dan pragmatisch. Immers, stel dat we de sabbat in ere willen gaan houden, omdat de Bijbel die nergens heeft afgeschaft. Dan zouden veel juist serieuze christenen dit niet begrijpen, laat staan er warm voor lopen.

Ook moeten we ons realiseren dat de samenleving burn-out raakt, omdat we niet kunnen zonder een menselijk ritme van zes dagen werk en één dag rust. Bovendien zou vervanging van de eerste dag door de zevende dag volgens de seculiere neoliberalen het ultieme bewijs zijn dat God nu echt uit de samenleving is verdwenen. En het zou voor neoliberalen de deur openzetten om ook andere zaken ter discussie te stellen, als dat toch al niet gebeurt met alle gevolgen van dien ...

 

Als God in gedachten uit de samenleving is verdwenen, wordt dat een nieuwe stimulans. Het wordt een aanzet voor de al aanwezige irrationele en groeiende neoliberale intolerantie en het antisemitisme dat wereldwijd groter is dan vóór de Tweede Wereldoorlog! Die intolerantie treft vooral de Joods-christelijke levensvisie en de Joodse Staat. Een prikkel ook voor afschaffing van de zondagsrust. Hoe werven we binnen die levensvisie voor de dienst van God, voor leven en welzijn, zorg en aandacht?

 

Het vierde gebod sluit de opsomming van geboden die ons gedrag jegens God regelen af. Geen enkel gebod is uitvoeriger dan het vierde. Dit gebod bezegelt namelijk Gods verbond (Ex. 20: 8-11 | Deut. 5: 12-15). In de tekst van de Tien Geboden neemt het vierde gebod een centrale plaats in. De onderbouwing voor de heiliging van de sabbat is gelegen in de schepping, die we in gedachten moeten houden (Exodus 20). Maar Deuteronomium onderbouwt het gebod met de oproep te gedenken aan de bevrijding van de slavernij in Egypte.

De sabbat is een onderscheidingsteken tussen Israël en de andere volkeren. De profeet Ezechiël (Ezech. 20: 12, 20) vat de sabbat ook zo op. Dus ook op dit punt is er een verschil tussen de betekenis van de sabbat en die van de zondag in de christelijke kerk.

Van belang is een woord van Jezus: de sabbat is een geschenk ter wille van de mens (Mark. 2: 27). Dát is ook de opvatting in de Talmoed (Rabbi Jonatan ben Jozeph) en de Mekhilta bij Exodus 31: 12-17 (Rabbi Schim-on Ben Menasja). De sabbat is adem geven. De mens is niet gemaakt voor de sabbat die hem zou inperken. Bovendien zegt Jezus dat Hij Heere is over de hele mensheid. Daarom is de Zoon des mensen óók Heere van de sabbat (Matth. 5: 17 | 12: 8 | Mark. 2: 27-28 | Luk. 6: 5). Geen inperking, maar een geschenk voor geestelijke en lichamelijke herademing.

 

Na gedane scheppingsarbeid is het goed rusten (Genesismotief). God zegende die zevende dag (Gen. 2: 2 | Ex. 20: 11 | 31: 17 | Deut. 5: 14 | Hebr. 4: 4). Deze zegen is aangelegd op intensivering en op uitbreiding. Zo werd Abram afgezonderd, gezegend en tot zegen gesteld voor alle geslachten van het aardrijk (Gen. 12: 1-3 | Rom. 11: 29), aldus ds. H.G. Abma in Tien woorden ethiek. Wie Abraham en zijn nakomelingen zegent wordt gezegend (Gen. 12: 3).

Zo staat de sabbat in Exodus 20 in het kader van het Genesismotief (heiliging). In Deuteronomium 5 is dat het exodusgebeuren (herinnering aan verlossing van slavernij). Wel, zegt Paulus (Rom. 15: 8 | Kol. 2: 11), doordat God Zijn heilsbeloften aan de Joden vervult laat Hij de waarheid en betrouwbaarheid van Zijn Woord zien. Dat gelovigen uit de volken niet als Joden zijn besneden is geen enkele belemmering om deel uit te maken van het volk van God, zo leren we uit de brief aan Kolosse. Het laatste waar Paulus mee rekent, is een kerk die zich als instituut gaat ontwikkelen. Een kerk die zelfs meent de plaats van Israël te kunnen innemen. Christenen uit de volken moeten bescheiden blijven en niet te hoog van de toren blazen (Rom. 11: 18, 20).

 

De beschrijving van Exodus hanteert niet een gebiedende woordkeus. Nee, de woordkeus is er een van het zich herinneren: niet vergeten alstublieft. In de Joodse mystiek is de sabbat een dag van reflectie. De betekenis is ingang in de rust (Ps. 95 | Hebr. 3: 11, 18 | 4: 1-11). Die rust moet het hele leven stempelen. De HEERE van de besnijdenis besneed onze tijden tot heiliging van Zijn Naam en tot heil van Zijn volk. De HEERE Die wateren kliefde in de Rode Zee, baant door stilzetting een spoor van gerechtigheid en heiligheid door de stroom van de tijden. Eigenlijk moeten alle tijden en heel ons leven een gewijd karakter dragen, aldus ds. H.G. Abma.

 

Volgens prof. dr. David H. Stern (geb. 1935; Messias belijdend Jood, econoom en theoloog) is wat de sabbat betreft de enige vraag wie over de sabbat heer is: is dat Jezus of misschien ieder mens (Ex. 31: 12-17)? Of anders: mensen heersen over de sabbat en de sabbat niet over de mens (Mark. 2: 27-28). Het feit van de zevende dag is daarbij in de woorden van Jezus dus niet in het geding.

 

Grondregel van Jezus

 

Om het optreden van Jezus op de sabbat te begrijpen, moeten we stilstaan bij de ontwikkeling van de sabbatsviering in de Joodse geschiedenis. Jezus houdt Zich wat de sabbat betreft aan de grondregel in Leviticus 18: 5. Alle wetten zijn ondergeschikt aan de voorwaarde dat ze leven schenken en het leven dienen (vgl. Ezech. 20: 11, 13 | Rom. 10: 5 | Gal. 3: 12). Daarom gaat bijvoorbeeld het belang van de besnijdenis op de achtste dag voor op dat van de sabbat. Daarom geneest Jezus vooral op de dag van de sabbat (Joh. 7: 22-23).

 

Uiterst fel (argumentum a fortiori) gaat Jezus in tegen het wetticisme (Matth. 12: 11-12 | Luk. 14: 5 | Joh. 7: 22-23). Hij komt op voor de vreugde van de sabbat voor mens en dier (re-creatie). In de woorden van David: schep mij een rein hart, o God, en vernieuw in mijn binnenste een geest die standvastig is (Ps. 51: 12). Ook bij deze problematiek beseffen we het terechte van de uitspraak van s hen dan ontzietPaulus. Hij zegt namelijk dat ons kennen ten dele is, maar dat geloof, hoop en liefde blijven, waarbij de liefde er bovenuit steekt (1 Kor. 13: 9-13).

 

De sabbat heeft dus een bijzonder karakter en is onderdeel van de universele Tien Geboden. Desondanks is de sabbat in de vroege kerkgeschiedenis terzijde geschoven. De zondag kwam daarvoor in de plaats. Maar het sabbatsgebod (vanuit het Genesismotief en exodusgebeuren) kan niet door de zondag worden vervangen. Dat is even onmogelijk als van appels peren maken en dan denken dat dit is gelukt en dat appels niet meer bestaan. In die zin raakt de vraag over zondagswerk aan een wellicht onverwacht probleem.

 

Hoe dan ook, het christelijk geloof kan niet bestaan zonder de werken van barmhartigheid (caritas Christi urget nos; 2 Kor. 5: 14 | Tit. 2: 11-13). Als deze – vrijwillig of professioneel – in praktijk gebrachte liefde niet wordt beoefend, heeft het christendom zijn hart verloren. Daarom is juist de gezondheidszorg de laatste sector die we verlaten vanwege het christelijk geweten. Dat doen we uitsluitend als het leven christenen niet meer wordt gegund en ze geen plaats in de zorg meer mogen innemen. In die zin is de vraag wat ons te doen staat rond zondagswerk een wellicht onverwacht simpele: zorg en aandacht gelden alle dagen en zijn gericht op geestelijke en lichamelijke herademing.

En als laatste: Jezus heeft toch nooit gezegd dat we de wereld moeten verlaten (Joh. 17: 9-26)? En kan dat überhaupt zonder daarbij tegelijk het leven te laten?

 

Het Febe-literatuurhandboek wijst terecht op het feit dat in het ziekenhuis alle dagen van de week worden gelijkgetrokken. Ook wie geen voorstander is van de economische reden voor zondagopname van patiënten, wie geen voorstander is van allerlei ‘normale’ zorghandelingen op de rustdag, die probeert zich remmend in te zetten tegen de seculiere trend (een houding die alle christenen past) die zich richt tegen de zondag als rustdag. Denk bijvoorbeeld aan de gevolgen van de winkeltijdenwet. Alles wat niet behoort tot het ‘seculiere’ grootwinkelbedrijf lijdt schade of sneuvelt.

 

Gods dag onderhouden

 

Na de val in zonden is een rechte inachtneming van Gods dag niet meer mogelijk. Om een begin te kunnen maken met de onderhouding van dit gebod moeten we eerst kennis hebben aan Gods herscheppend genadewerk (‘wedergeboorte’). Toch eist de Heere een juiste onderhouding van ook dit gebod door elk mens! In onze maatschappij wordt de zondag in toenemende mate gelijkgesteld aan doorde-weekse-dagen. Zeker ook in de gezondheidszorg, met name in ziekenhuizen, is dit het geval.

Vgl. De patiënt en gezondheidszorg op zondag (Uitg. Febe)

 

We moeten ook vaststellen dat het op zondag inzetten van diagnostiek in zichzelf zelden zinloos is. Maar moet dat juist op deze dag? In zo’n geval kun je denken aan het advies van de puritein William Amesius (1576-1633): noodzakelijk achten wat noodzakelijk lijkt. Ook kunnen we denken aan situaties waarin de farizeeën probeerden om Jezus op de sabbat klem te zetten. Jezus geeft aan dat hij Heere van de sabbat is (Matth. 12: 8 | Mark. 2: 27). Het valt op dat Jezus in het genoemde Bijbelgedeelte (Matth. 12: 9-14 | Luk. 14: 1-6) zelfs een – wat wij noemen – argumentum a fortiori gebruikt: als dit …, hoeveel temeer dat … (Hij moet niets hebben van wetticisme)! Hoe dan ook, zonder wekelijkse rustdag ligt de samenleving ademhappend en hijgend op de burn-out bank. En herstel na zo’n periode duurt minstens maanden. De menselijke maat is zes dagen werken en één dag rust. Dat heeft ook de Russische Revolutie in 1917 geleerd. Maar welke dag?

 

Christelijk geloof is re-creatief: ook in het noodzakelijk zoeken naar nieuwe vormen als de oude in de knel komen. We kennen toch het gezegde: van de nood een deugd maken? Je zult namelijk gemakkelijk en zeker van de weg af raken door rechtdoor te blijven rijden (‘struisvogelpolitiek’). Steeds moeten we op twee fronten in het leven staan: met beide benen op de grond en tegelijk met onze blik omhoog, zonder naar beneden te kijken (vgl. Ps. 121 | Matth. 14: 22-32 | Mark. 6: 45-52 | Joh. 6: 16-21).

 

Wie leeft vanuit een christelijke levensvisie probeert vorm te geven aan de betekenis van sabbat / zondag. Dat doet hij / zij voor zichzelf in haar / zijn situatie. Die probeert juist op deze dag de kern van het christelijk geloof met patiënten te delen (barmhartigheid en het evangelie van Gods Zoon zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden; Luk. 7: 19-23). Daarbij mag je niet doen aan koppelverkoop: zorg én evangelisatie. Want de gezondheidszorg is geen evangelisatiewerk. Nog veel minder is het een vorm van kerkelijke propaganda. Je wordt namelijk betaald als zorgprofessional. Het begint met je werk uitstekend te doen: woekeren met geschonken talenten op de plaats die God je gaf.

Toch hoef je die zorg niet in cognito, niet anoniem of kleurloos te doen. Je hoeft je niet te schamen voor je christen-zijn. Een getuigende levenshouding is iets anders dan het opdringen van een levensovertuiging. Op een vraag wanneer we moeten evangeliseren zei Augustinus (354-430): evangeliseren altijd en soms met woorden. We respecteren de vrijheid en verantwoordelijkheid van de ander. In de praktijk kan dit een spanningsveld zijn. Enerzijds neigt dit snel naar een postmoderne invulling van respect. Anderzijds wordt het makkelijk een excuus om te zwijgen waar de gelegenheid tot spreken zich voordoet. Maar vragen moeten altijd van de patiënt komen. Natuurlijk kun je wel proberen die vragen uit te lokken. Dat kan door werkelijke en oprechte belangstelling voor de patiënt te tonen. Daarbij kan iets leuks of iets lekkers helpen.

 

Zo kun je in de zorgverlening bijvoorbeeld (binnen of buiten diensttijd) expliciet uitnodigend zoeken naar dieper persoonlijk contact met de patiënt. Zo kun je in gesprek komen over hoe die aankijkt tegen de sabbat / zondag. Over wat de patiënt normaliter op deze dag doet. Over wat als kern van deze dag wordt ervaren. En dan van daaruit praten over de vraag of haar / zijn huidige visie op het leven altijd al kenmerkend was voor deze persoon en de familietraditie?

Dan durven we – in de naastenliefde van waaruit we werken – aan te geven dat het voor ons gaat om de liefde tot God (2 Kor. 5: 14). Dan staan we werkzaam en weerbaar in de samenleving, en vooral wervend … Kan de patiënt in ons iets herkennen van de ‘navolging van Christus’ (Joh. 8: 12)? De oudchristelijke kerk leefde veel dieper dan wij onder de indruk van het feit dat Jezus Christus ook ons Voorbeeld is. De navolging van Christus klemde het geweten van de Vroege Kerk. Is de navolging van Christus aan het begin van de 21e eeuw niet het grootste manco in de christelijke levenswandel?

Op een dergelijke manier zou er wel eens meer van de rustdag kunnen uitgaan dan toen er feitelijk nog meer rust was en het gesprek toch niet op gang kwam. En als het om deze dingen gaat, wat voelen we ons afhankelijk: Leer mij HEERE, Uw weg (Ps. 86: 11 | vgl. 25: 4 | 27: 11 | 119: 33)?! Zoals blijkt bij de profeet Jesaja, dat God onze pedagoog wil zijn en ons met de innerlijke leiding door Woord en Geest op het rechte pad wil houden (Jes. 30: 21 kanttekening Statenvertaling | Ps. 23 | Rom. 8: 14 | Gal. 5: 16, 18, 25-26).

 

De volgende casus heb ik in het algemeen ziekenhuis de laatste tijd twee keer meegemaakt. In Duitsland is het in bepaalde klinieken mogelijk om een totale bodyscan te laten doen; in Nederland niet. Zo'n bodyscan gaat echt ver: bloedonderzoek, maar ook een CT van de longen en buik en o.a. zelfs een darmonderzoek. Een patiënt ging hiervoor naar Duitsland: bij onderzoek werden er vlekjes op de longen gezien. In Nederland ging dhr. hiervoor naar een longchirurg en na onderzoeken werd besloten een diagnostische operatie uit te voeren. Uiteindelijk bleek na de operatie bij de uitslag van het weefselonderzoek dat er niets gevonden was. Waarschijnlijk een rest van ontstekingsweefsel die in een later stadium mogelijk op foto's/scans geen eens gevonden zou zijn. De patiënt is wel geopereerd en heeft hier dus 5 dagen voor opgenomen gelegen.
We leven in een wereld dat wij mensen denken alles in de hand te hebben en willen ook zo ver mogelijk de greep houden op ons lichaam. De patiënt in de casus zei dit ook letterlijk; was een geslaagd zakenman en ging nu met pensioen. Wilde nu samen met zijn vrouw een grote APK-beurt ondergaan (zei hij letterlijk), om afwijkingen op tijd op te sporen en plannen te kunnen maken voor de toekomst. Het risico dat ze wat zouden vinden of zoals nu, dat hij geopereerd is, wat uiteindelijk niet nodig was, nam hij op de koop toe
. Echter gezien onze tijd met grote bezuinigingen en schaarste in de zorg, is dit best een ethisch dilemma of dit allemaal toegestaan moet worden en vergoed dient te worden. De longchirurg vond het ook een lastige casus. Wat is uw mening in dit verhaal?

 

De vraag heeft twee kanten. Ik kan de Nederlandse longarts medisch-ethisch
gezien gelijk geven dat hij de diagnostische operatie heeft gedaan,
aangezien er een gerede verdenking bestond iets in de longen te vinden naar
aanleiding van de scan. Hoewel hij misschien wist dat het allemaal "voor de
zekerheid" was kon hij moeilijk om die verdenking heen.
De andere kant van de vraag is de ethische afweging of men "voor de
zekerheid" kosten mag maken voor rekening van de gemeenschap die probeert de
kosten van de zorg juist lager te houden. In Nederland heeft de maatschappij
in feite al gekozen zo'n total body scan niet te financieren, omdat het een
dure schijnzekerheid geeft. De kronkel is nu dat men die bodyscan dan in
Duitsland kan laten doen maar de behandeling/vervolgonderzoek van wat men op
die scan ziet in Nederland kan laten doen. Er is medisch-ethisch iets voor
te zeggen om de patient de behandeling/het diagnostisch onderzoek dan ook
voor eigen rekening van de patient c.q. in Duitsland te laten doen. De
schaarse middelen kunnen dan ingezet worden voor de mensen die het harder
nodig hebben, niet voor mensen die er het makkelijkst aan kunnen komen (vgl
de genezing van de verlamde man in het bad van Betesda in Joh. 5). Dit is
echter niet alleen een medisch-ethische keus maar vooral ook een politieke
keus. De longarts kan die niet zomaar in maken; de beleidsmakers zullen de
regelingen moeten formuleren.